Werken & Kaas Werken & Kaas

In het Arbeidsomstandighedenbesluit (artikel 4.17 en 4.18) staat dat dieselmotoremissies (DME) in Nederland als kankerverwekkend geclassificeerd zijn. Werkgevers zijn verplicht om maatregelen te nemen. Indien vervanging technisch niet mogelijk is, dienen zij de blootstelling van hun werknemers aan DME zo veel mogelijk te reduceren, en wel door het treffen van beheersmaatregelen op basis van de arbeidshygiënische strategie. Deze strategie betekent in de praktijk: zo veel mogelijk de bron wegnemen en als dat niet kan blootstelling voorkomen.

De volgende eisen zijn door de Arbeidsinspectie gesteld:

  • Heftrucks met een hefvermogen van vier ton of minder mogen niet meer binnen komen of moeten conform de stand der techniek worden vervangen door arbeidsmiddelen met bijvoorbeeld een elektrische aandrijving.
  • Bij andere arbeidsmiddelen dient de werkgever in eerste aanleg de dieselgedreven arbeidsmiddelen uit omsloten ruimten te weren. Als dat om bedrijfstechnische redenen niet mogelijk is, dient de werkgever te streven naar het minimaliseren van de blootstelling. Bij de handhaving gaat de Arbeidsinspectie ervan uit dat dit kan worden bereikt, bijvoorbeeld door een roetfilter te plaatsen. Vanaf 1 januari 2007 wordt in nieuwe gevallen een termijn van één maand voor het aanbrengen van roetfilters gehanteerd.
  • Voor arbeidsmiddelen/voertuigen van derden kan de werkgever uiteindelijk zelf bepalen of en zo ja, onder welke condities deze in de omsloten ruimte worden toegelaten. Zo bestaat de mogelijkheid om naar binnen rijdende vrachtwagens te voorzien van een tijdelijk roetfilter. Om die reden dient de werkgever maatregelen te treffen. In uitzonderlijke situaties krijgt de werkgever eerst de mogelijkheid een plan van aanpak op te stellen, waar mogelijk in samenwerking met gelijksoortige bedrijven. In de handhaving zal de Arbeidsinspectie rekening houden met dit plan van aanpak.

Een werkgever kan van de in de eisen voorgeschreven middelen afwijken als dit alternatief eenzelfde beschermingsniveau biedt. Het is dan aan de werkgever om aan te tonen dat het toegepaste afwijkende middel resulteert in een vergelijkbare bescherming van de werknemers. Na het treffen van maatregelen moet daarom steeds een blootstellingbeoordeling gemaakt worden.
Aanvullend hanteert de AI de richtlijn dat een bedrijf geen maatregelen hoeft te treffen wanneer de blootstellingconcentratie tot de achtergrondconcentratie is teruggebracht. Dit betekent dat de achtergrondconcentratie als grenswaarde wordt gehanteerd. In alle gevallen waarin de blootstellingconcentratie hoger is, dient de werkgever maatregelen te nemen. Deze reductie is mogelijk door het gebruik van euro 4- en 5-motoren bij vrachtwagens en door bijvoorbeeld ventilatie toe te passen.