Werken & Kaas Werken & Kaas

Algemene eisen voor opslag:

Gevaarlijke stoffen moeten voor en na het gebruik zorgvuldig worden opgeruimd in een aparte opslagplaats (kast) voor gevaarlijke stoffen. De volgende eisen met betrekking tot de opslag van gevaarlijke stoffen worden gesteld:

  • Giftige stoffen in een afsluitbare, geventileerde (chemicaliën)kast.
  • Schadelijke en irriterende stoffen in losse stalen (geventileerde) veiligheidskasten.
  • Zuren en basen – gescheiden – opgeslagen in lekbakken in geventileerde kasten.
  • Brandbare stoffen in geventileerde brandwerende kasten (die voldoen aan NEN 2678).
  • Brandbare stoffen in de koelkast alleen als deze ‘explosieveilig’ is uitgevoerd en het kleine hoeveelheden (< 100 ml) betreft die goed afgesloten zijn. Op de koelkast dient duidelijk te worden aangegeven of deze explosieveilig is uitgevoerd. Indien de koelkast niet explosieveilig is uitgevoerd dient op de koelkast duidelijk te worden aangegeven dat de koelkast niet geschikt is voor het bewaren van brandbare stoffen.
  • Oxiderende stoffen alleen in kleine hoeveelheden bij andere stoffen (bijvoorbeeld geconcentreerde zuren) en anders in aparte brandwerende kasten.
  • Van brandbare vloeistoffen voor direct gebruik mag maximaal de werkvoorraad in de werkruimte aanwezig zijn. De term werkvoorraad is een rekbaar begrip. Daarmee wordt bedoeld dat wat strikt noodzakelijk is voor 1 werkdag of voor1 batch.
  • De ruimte moet bij voorkeur op de buitenlucht zijn geventileerd.
  • Een kast moet ventilatieopeningen in deur en bovenzijde (1 dm²) hebben.
  • Zowel in als aan de buitenkant van de opslagplaats moeten op duidelijk zichtbare plaatsen waarschuwingsborden worden geplaatst, welke het gevaar van de opgeslagen stoffen aanduiden.

Afhankelijk van de gevaarlijke stof moet vanaf 1 tot 250 kg bij opslag voldaan worden aan PGS 15. De richtlijn valt onder de Wet milieubeheer, Arbowet en het Bouwbesluit. Download hier de richtlijn.