Werken & Kaas Werken & Kaas

Een acculaadstation voor het verwisselen van accu’s van bijvoorbeeld de heftruck moet aan een aantal eisen voldoen.

  • Voor het laden van batterijen en wisselbatterijen van b.v. een heftruck of elektropalletwagens moet een aparte ruimte of locatie worden gereserveerd. Als er voldoende ventilatie en geen open vuur in de nabijheid is, kan het laden in gewone werkruimtes of magazijnruimtes gebeuren.
  • Een aparte ruimte “het acculaadstation” moet voldoen aan de volgende eisen:
  • In de zone waar het acculaadstation zich bevindt, moet een verbod op roken en gebruik van open vuur zijn. Dit moet duidelijk aangegeven worden met het verbodsbord “vuur, open vlam en roken verboden”.
  • De indeling moet zodanig zijn dat werknemers die werkzaamheden verrichten in de acculaadruimte geen kans lopen om aangereden te worden door voertuigen. Een mogelijkheid hiervoor is het afschermen van de ruimte m.b.v. belijning.
  • Er moet voldoende ventilatie zijn van dampen en gassen die uit accu’s vrijkomen. Om die reden moeten er voldoende ventilatieopeningen aanwezig zijn. De benodigde ventilatie voor de acculaadruimte wordt berekend met de volgende formule:

N > 0,055 x α x I
N = aantal kubieke meters verse lucht per uur
α = aantal cellen van de batterij
I = ladingstroom in Ampère

Voorbeeld: Een laadstation met 4 batterijen van 12 volt (totaal 24 cellen) worden geladen met een laadstroom van 6 Ampère. De rekensom wordt dan:

N > 0,055 x [4 x 6] x 6 = 7,92 m3 per uur.

Als er voldoende ventilatie is, voldoende ruimte, wanneer de acculader voldoet aan NEN-EN-IEC 60335-2020 en er geen openvuur is dan kan het laden in de gewone werkruimten en magazijnruimten plaats vinden. Deze ruimten noemen we laadplekken. Vaste inrichtingen voor het laden van stationair batterijen met toestellen met een vermogen van 10.000 Ah zijn onderhevig aan een vergunningsplicht.

  • Accu’s die meer dan 25 kg wegen, mogen niet met de hand geplaatst worden.
  • Er moeten oogdouches of oogspoelflessen aanwezig zijn voor het bestrijden van accuzuurspatten.
  • Vloer moet vloeistofdicht zijn, i.v.m. morsen van accuzuur.
  • De accuzuurcontainer moet dubbel uitgevoerd zijn of in een opvangbak zijn geplaatst.
  • Men moet de nodige persoonlijke beschermingsmiddelen dragen (voorschort, handschoenen, veiligheidsbril of gelaatsscherm).
  • De ruimte mag niet gebruikt worden voor andere doeleinden van accu laden, zoals opslag van goederen.
  • De elektrische installatie moet op het benodigde vermogen berekend zijn.
  • De elektrische installatie moet explosieveilig zijn uitgevoerd.
  • Het verdient de voorkeur om de elektrische installatie zo veel mogelijk buiten het laadstation aan te leggen.
  • Plaats een waarschuwingsbord.

Meer informatie:
Artikel: ‘veilig werken in het laadstation’ bron: BMWT
Huidige richtlijn NPR 3299
Informatie verkrijgbaar Gezond Transport: info@gezondtransport.nl